De Leidse regent Diderik van Leijden (1695-1764) bezat meer Hollandse heerlijkheden dan enig ander persoon, op de prinsen van Oranje na. Door erf en koop verwierf hij zeventien heerlijkheden op Voorne, op Overflakkee, in Delfland en in de Rieder- en
Diderik van Leijden: verzamelaar van heerlijkheden

