In de middeleeuwen werden alleen personen die hoge jurisdictie uitoefenden betiteld als ‘heer’, maar tegen de zestiende eeuw waren ook ambachtsheren die titel gaan voeren. Tijdens de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw voerde een toenemend aantal personen heerlijke titels, op grond van het bezit van een landgoed, kasteel of voornaam huis, zonder dat zij bevoegd waren bestuur of rechtspraak uit te oefenen.

De opeenvolgende eigenaars van het Schakenbosch in Voorschoten noemden zichzelf ook ‘heer’ of ‘vrouwe’. Zoals Adriana Constantia Sohier de Vermandois (1675-1735), vrijvrouwe van Warmenhuizen, Crabbendam, Schoorldam, vrouwe van Bennebroek en Schakenbosch.1 Nu was Warmenhuizen een hoge heerlijkheid, Bennebroek een ambachtsheerlijkheid en de dorpen Crabbendam en Schoorldam lagen gedeeltelijk binnen de jurisdictie van Warmenhuizen. Maar het Schakenbosch was een klein bos dat gerooid was om teelland van te maken. Er waren geen bestuurlijke of juridische rechten aan verbonden. Johan van Mathensse, bewoner van het huis Dever bij Lisse, noemde zich heer van Lisse en Dever. Lisse was een heerlijkheid, als ‘heer’ van Dever oefende Van Mathenesse geen jurisdictie uit.

Kaart vant Schaakel-bos, 1569. Op verzoek van Mr. Jacob de Jonge, de rentmeester van de heer van Wassenaer, maakte de landmeter Jacob Coenraets een kaart van het Schakenbosch. Leiden University Libraries, http://hdl.handle.net/1887.1/item:2210406

Dit gebruik ten aanzien van heerlijke titels liep parallel aan ontwikkelingen in het buitenland. Vorsten zoals de Franse koning begonnen titels uit te geven zonder dat er heerlijke rechten aan die titels verbonden waren en zij promoveerden heerlijkheden tot markiezaat, graafschap of baronie. In de Republiek ontbrak het aan een vorst die dergelijke verheffingen kon doen en heerlijke titels kwamen maar mondjesmaat op de markt. Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat edelen, regenten en rijke burgers ertoe overgingen om op eigen gelegenheid de status van hun landgoed of kasteel te verhogen met een heerlijke titel.

In het artikel ‘Een heer maakt nog geen heerlijkheid’ wordt aantal vragen over het gebruik van heerlijke titels verkend. Vervaagde het onderscheid tussen heerlijkheden en niet-heerlijkheden? Welke begrenzing hanteerden juristen en oudheidkundigen voor de definitie van heerlijkheid? Werd er opgetreden tegen pseudo-heren? En hoe zijn historici omgegaan met de vele gevallen waarin personen zichzelf sinds de zestiende eeuw van heerlijke titels voorzien?

Virtus Jaarboek voor adelsgeschiedenis 32 | 2025, een artikel over heerlijke titels, ‘Een heer maakt nog geen heerlijkheid’.

  1. Inventaris van het oud archief der heerlijkheid en gemeente Bennebroke. Met Lijsten der Heeren, Predikanten, enz. van Bennebroek en Heemstede (Haarlem 1892), 54, https://www.google.nl/books/edition/Inventaris_van_het_oud_archief_der_heerl/tnXe6e6BhlwC (geraadpleegd 25 januari 2025). ↩︎
Een heer maakt nog geen heerlijkheid

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *