Veel gestelde vragen over heren en heerlijkheden

Gaf het verwerven van een heerlijkheid recht op adellijke status?

Nee. Overigens waren de meeste eigenaars van heerlijkheden in de vijftiende en zestiende eeuw edelen. Slechts enkele heerlijkheden waren in handen van niet-edelen. Dus in die tijd was ‘heer’ zijn In de zeventiende en achttiende eeuw kwamen steeds meer heerlijkheden in handen van steden en niet-adellijke particulieren.

Wat is de samenhang tussen heerlijkheden enerzijds huizen en grondbezit anderszijds?

Geen. Heerlijkheden stonden formeel los van huizen of grondbezit. Een heerlijkheid is een geheel aan juridische, economische en bestuurlijke rechten, zoals het recht om justitie uit te oefenen, het recht om te jagen of het recht om lokale bestuurders aan te stellen. Dergelijke rechten – er waren plaatselijk verschillen welke rechten er wel en niet onder vielen – werden verleend aan een heer. Omdat samen met de heerlijkheid veelal ook huizen en grond werden overgedragen, worden deze nogal eens tot de heerlijkheid gerekend.

Zijn heerlijke rechten nog steeds geldig?

Nee, maar heerlijkheden zelf zijn niet opgeheven. In 1798 werden alle heerlijke rechten afgeschaft. Na 1813 werden deze weer gedeeltelijk hersteld. Na de grondswetwijziging van 1848 werden alle heerlijke rechten afgeschaft. Het visrecht bleef wel bestaan, als zakelijk recht. Tiendrechten werden afkoopbaar. Het collatierecht (het recht om een predikant aan te stellen of mede daarin te mogen beslissen) bleef bestaan tot 1922. Overigens vormden collatierechten formeel geen onderdeel van heerlijke rechten, maar waren zij door heren verworven.